De haven van 2056: Een walhalla voor recycling

Denk steenkool en benzine eens weg, en op de kades komt ruimte vrij voor de haven van de toekomst: een stapelmarkt voor afval, dat een tweede leven krijgt als grondstof.

Van de kolenhopen die we vanwege klimaatverandering toch niet mogen opstoken, kunnen we mooi een kunstskibaan maken. De kolenterminal wordt een cruiseterminal. En olietanks, nu nog gevuld met miljarden liters benzine, kunnen dienstdoen als vergaarbakken voor afval, netjes gescheiden over de achtergelaten reuzecilinders.

Drones vliegen af en aan om uit de gigantische afvalkorven waardevolle materialen te plukken. In de haven van de toekomst wordt het huisvuil van de Amsterdammers helemaal uitgesplitst en als kant-en-klare grondstoffen weer afgevoerd. Of ze worden ter plekke hergebruikt door de industrie die is teruggekeerd uit lagelonenlanden.

Bron: Volksvlijt 2016.
Bron: Volksvlijt 2016. © CVW/Het Parool

Herbruikbaarheid beloond
Het zijn zomaar wat schetsen voor de Amsterdamse haven over een jaar of veertig, door ­Pepijn Verpaalen en Camila Pinzon Cortes van stedenbouwkundig adviesbureau Urbanos.

Amsterdam heeft nu de grootste benzinehaven van de wereld, die tegelijk een belangrijke schakel is in de aanvoer van steenkool naar Duitsland. “Een schizofrene situatie,” vindt Verpaalen, als je bedenkt dat zo veel Amsterdammers belang hechten aan duurzaamheid.

Maar het zware stempel dat fossiele brandstoffen drukken op de haven geeft ook nieuwe kansen. Als we daar dan toch van moeten afstappen, komt op de kades ruimte vrij om het echt duurzaam aan te pakken. Door kringlopen van materialen aaneen te knopen, zodat afval even verderop weer grondstof wordt. Een circulaire economie, zoals dat dan heet, volgens een snel modieus geworden begrip.

Amsterdammers komen er nu alleen als hun fiets is weggeknipt en ze die moeten ophalen bij het depot in Westpoort. Pepijn Verpaalen over de haven

Geen omkijken naar
Verpaalen ziet volop mogelijkheden in de Amsterdamse haven. Bijvoorbeeld voor fabrikanten die hun spullen zo maken dat ze biologisch afbreekbaar of makkelijk uit elkaar te halen zijn, voor reparateurs en deeleconomieplatforms.

Of denk aan bedrijven die hun producten aanbieden als een dienst, via een leaseconstructie. In dat geval worden fabrikanten eindelijk beloond als ze spullen maken die niet kapot te krijgen, herbruikbaar of zuinig in het verbruik zijn. Wie bijvoorbeeld bij Philips twintigduizend uur licht bestelt, heeft daar verder geen omkijken meer naar.

De Amsterdamse haven zou er geknipt voor zijn. Afval en recycling zijn immers al sterke punten van de haven, met bijvoorbeeld bedrijven die gespecialiseerd zijn in schroot, hergebruik van beton en de raffinage van biobrandstoffen. De grote afvalwaterzuivering kan worden ingezet om voedingsstoffen en andere organische reststoffen terug te winnen uit het riool.

Het Amsterdamse havengebied.
Het Amsterdamse havengebied. © ANP

Plasticsoep
Direct daarnaast staan de hypermoderne afvalverbrandingsovens van AEB, het vroegere Afval Energie Bedrijf. Daar worden nu al scheepsladingen aan Brits afval opgestookt voor energie die geldt als groene stroom.

Maar ook bij het AEB verschuift langzaam maar zeker het zwaartepunt van verbranden van afval naar hergebruik als grondstoffen, wat nog aanmerkelijk duurzamer is.

Amsterdam zou zelfs nog veel meer afval kunnen aantrekken, verwacht Verpaalen. Wat te denken van de kunststoffen die uit de plasticsoep in de Grote Oceaan worden gevist? Waardevolle grondstoffen, waar we weer heel wat jaren mee vooruit kunnen.

Andere boeg
Ook ziet hij het helemaal voor zich dat Europese vuilstortplaatsen worden afgegraven om in Amsterdam de waardevolle materialen eruit te filteren. En ook tussen ons huisvuil is nog een wereld te winnen aan schaarse metalen en mineralen, iets wat ‘urban mining’ wordt genoemd.

Het zijn allemaal toekomstbeelden die de haven nieuw perspectief bieden. Het is reden te meer, vindt Verpaalen, om het snel over een andere boeg te gooien.

Gezien de klimaatverandering en de wereldwijde afspraken om daar iets aan te doen, is een haven die voor driekwart draait op de overslag van fossiele brandstoffen geen houdbare situatie. “En die haven is van ons allemaal, niet van één of andere multinational die we de schuld kunnen geven.”

De haven zal er diverser, schoner en kleinschaliger op worden, minder een monocultuur.

Circulaire economie
Bijkomend voordeel is dat de haven en de stad nader tot elkaar komen als ze één circulaire economie vormen. “Amsterdammers komen er nu alleen als hun fiets is weggeknipt en ze die moeten ophalen bij het depot in Westpoort. Of voor een festival op Spaarnwoude.” Verpaalen heeft meteen maar een nieuwe metrolijn ingetekend en een uitgebreid netwerk van doorgaande fietsroutes en fietsbruggen.

De haven zal er diverser, schoner en kleinschaliger op worden, minder een monocultuur. Tegelijk is het ook niet zijn bedoeling de haven simpelweg toe te voegen aan de bebouwde kom en vol te bouwen met woningen.

Ook in een toekomst vol 3D-printers en ambachtelijke werkplaatsen blijft wat hem betreft behoefte aan industrieterrein. In een stad moet ook nog wat gemaakt worden. “We kunnen niet allemaal met kletsen ons geld verdienen.”

Dit is het zesde deel uit een serie over de toekomst van de stad, naar aanleiding van de tentoonstelling Volksvlijt, die op 12 april in de OBA begint.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *