Innovatiecampus Centrum

Navel

Je zou je kunnen afvragen of het niet maatschappelijk relevanter is om na te denken over de toekomst van Nieuw-West of Zuidoost, in plaats van altijd naar het centrum te kijken. Is dit niet een vorm van navelstaarderij? Maar zoals de navelstreng negen maanden lang de ‘lifeline’ tussen moeder en kind is geweest en daardoor onmisbaar bij het ontstaan van ieder mens, zo is het historische centrum ook onmisbaar geweest bij het ontstaan van elke stad. De navel is na de geboorte en na het verdrogen van de navelstreng niets meer dan een litteken, een schim van haar oorspronkelijke functie. Kunnen we voorkomen dat dit ook het toekomstscenario is voor de historische binnenstad? Of is dit juist helemaal niet erg?

Tijdens de workshops die werden gehouden in het kader van Volksvlijt 2056 was dan ook de centrale vraag: ‘wat is de rol van het historische centrum nú, en in de toekomst, voor het lichaam van de MRA in zijn geheel’. Het werd snel duidelijk dat de historische binnenstad geen litteken is, maar nog steeds centraal staat in ons nadenken over de stad. Hierbij daarbij niet om de fysieke stad, die fotogeniek afgebeeld wordt op websites voor toeristen, met haar UNESCO werelderfgoed, prachtige grachten en gebouwen. Het ging juist om waar de stad voor staat. De inclusieve stad. Voor iedereen, van iedereen. Voor arm én rijk. Voor yup én gezin. Voor jong én oud. Om te werken én te wonen. Voor vermaak én verdieping. Een plek voor verrassing. Een plek voor wrijving. Een plek voor ontmoeting. En een plek die inspireert. Zoals de navel in de tekening van Leonardo da Vinci van de Vitruviusman nog steeds een centrale plek inneemt, zo neemt de binnenstad nog steeds een centrale plek in in het corpus van de MRA. Geen litteken van een vervallen fysieke functie, maar juist een entiteit dat haar fysieke verschijning overstijgt. De ziel van een stad.

Van generatie op generatie

Elke generatie bewoners en gebruikers van Amsterdam drukt een eigen stempel op de stad. De generatie van de jaren ’70 en ’80 hebben de stad gered van het fysieke verval enerzijds en de sloophamer anderzijds. In de jaren ’90 en ’00 hebben Amsterdammers de stad geholpen om de groeien en te floreren. Tegenwoordig geloven veel mensen dat de populariteit van de binnenstad haar hoogtepunt heeft bereikt. Ze beginnen te klagen: het centrum van de stad is te druk met mensen en verkeer. Het is ‘bevroren’ in haar ontwikkeling en wordt behandelt alsof het een museumstuk is. Het is een toneel geworden van luid vermaak en te veel de habitat voor de gefortuneerde ‘happy few’. Tegelijkertijd ziet een jonge generatie juist de mogelijkheden in plaats van negatieve kanten. Zij gebruiken de stad op een nieuwe manier. Zij delen bestaande ruimten en  voegen daarmee een extra laag toe van gebruik, exploitatie en programmering. Zij gebruiken andere (virtuele) ruimte toe om te ontmoeten en kennis uit te wisselen. Op een onverwachte wijze ontdekken ze verborgen plekken en hergebruiken ze bestaande gebouwen en structuren. Ze vieren momenten van stilte en vertraging, flora en fauna – elementen die onmogelijk lijken in de drukke binnenstad, maar dat weldegelijk zijn. Deze nieuwe generatie zet ongewenste ontwikkelingen om in welkome toevoegingen.

Amsterdam kan voor eeuwig jong blijven als een nieuwe generatie voldoende ruimte krijgt om de bestaande ruimte opnieuw te interpreteren en te gebruiken. Tijdens de Winterschool 2056 geven we ruimte aan de nieuwe generatie. Studenten van de Academie van Bouwkunst onderzoeken en ontwerpen ruimtelijke mogelijkheden om de binnenstad van Amsterdam aan te passen en te innoveren zodat deze van betekenis kan blijven zijn voor huidige en toekomstige generaties. Om schilder Willem de Kooning de te citeren: ‘I have to change in order to stay the same’.

Ontwerp:
Jarrik Ouburg ( http://www.jarrikouburg.com / www.academievanbouwkunst.nl )